Een stukje geschiedenis

Indonesië bestaat uit meer dan 13.000 eilanden. De eilanden Ambon, Halmara, Seram en nog een paar vormen de Molukken,. Nederland maakte honderden jaren gebruik van Molukkers en hun specerijen.

Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL)

Dit Nederlandse leger bestond grotendeels uit Molukkers. Zij waren dus erg belangrijk voor de Nederlandse overheid. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren Nederland en Japan in oorlog. De Molukkers in het KNIL vochten aan Hollandse zijde mee. Ze vochten niet alleen tegen Japanners, maar ook tegen groepen Indonesiërs. Die wilden niet meer bij Nederland horen en hoopten met hulp van Japan onafhankelijk te worden. Veel Molukse soldaten stierven op het slagveld.

Naar Nederland

In 1951 werden de militairen en hun families, 125.000 Molukkers in totaal, op schepen naar de havens van Rotterdam vervoerd. Daar stonden ze dan. In hun dunne sarongs in het koude Nederland. Maar waar moesten ze heen?

Op een kluitje

De overheid wilde de Molukkers het liefste allemaal bij elkaar houden. Ver weg van de Nederlandse samenleving. Het was tenslotte de bedoeling dat ze ooit nog terug zouden gaan naar Indonesië. De Molukse mensen werden in woonoorden gestopt. Soms waren dat voormalig concentratiekampen van de Duitsers, zoals bijvoorbeeld Westerbork. Het leken net gevangenissen, met prikkeldraad eromheen en een bewaker aan de poort. In hele kleine kamers van een paar vierkante meter woonden hele gezinnen. Met z’n allen aan tafel in een woonoord

Eind goed al goed??

Na een paar jaar werd het duidelijk dat hun verblijf niet tijdelijk was. Tot groot verdriet van de Molukkers, want die bleven Ambon en de andere eilanden als hun thuis beschouwen. In de jaren ’70 lieten jonge Molukkers door acties zien hoe kwaad ze op Nederland waren. Ze leegden een treinkaping en bezetten een basisschool.

Tegenwoordig lijken veel Molukkers Nederland als hun thuis te zien. Toch hopen er velen ooit nog eens terug te keren naar hun tropische eilanden in Indonesië.